|
Jij en autismeNaar aanleiding van ‘Krokodillen in het gras’ krijg ik regelmatig vragen voor de kinderen die achterin het boek vertellen over autisme. Een aantal van die vragen beantwoorden zij en andere kinderen hier. De belangrijkste opmerking kwam van Michael: 'Ik wil er niet teveel mee bezig zijn. Stel dat ik altijd maar denk: dat kan ik niet, want ik heb autisme. Dan lukt er niets meer. En dan heb ik ook geen plezier meer.' Ik vind dat een geweldig antwoord. Je hebt autisme, je bent het niet. En het wil helemaal niet zeggen dat je niet gelukkig mag zijn. Ingrid. ‘Waarom verzamelen mensen met autisme vaak spullen?’(22 oktober 2011) Michael (9- pddnos): 'Dat weet ik niet, het gaat automatisch. Ik denk omdat het zo leuk is.' Killian (6- autisme): 'Omdat het leuk is!' Michael: 'Maar we mogen niet alles verzamelen wat we willen, dat wordt veel te duur.' Killian: 'Ik verzamel speeltjes voor mijn kat. Dan vindt ze me lief.' Marijke (42-klassenassistent): 'Kinderen met autisme hechten zich vaak meer aan spullen dan aan mensen. Spullen zijn voorspelbaar, ze veranderen niet. Dat geeft houvast. En verzamelen geeft structuur. Je kunt er controle over krijgen en dat maakt het aantrekkelijk.'
Zelf een vraag stellen?
Je krijgt antwoord in de mail of op de website. Als we het antwoord niet weten, zeggen we dat ook eerlijk en verwijzen we je eventueel door. 'Ik heb een nichtje met autisme en ze luistert nooit als ik iets vraag!' (22 oktober 2011) Sterre (11 - brusje): mijn zusje luistert ook nooit. Meestal heeft ze gewoon niet door dat ik het tegen haar heb. Dan moet ik haar eerst aanraken en duidelijk haar naam zeggen. Ik moet er ook op letten dat ik makkelijke zinnen maak en precies zeg wat ik bedoel. 'Ga je mee buitenspelen' werkt niet zo goed. Als ik zeg: 'Als dit spelletje af is, wil ik in de speeltuin tikkertje spelen' dan gaat het al beter. Mijn moeder heeft uitgelegd dat het langer duurt voor mijn zusje heeft uitgepuzzeld wat ik zeg. Als ze niet meteen antwoord geeft, moet ik in mijn hoofd tot tien tellen voor ik het nog een keer vraag. Anders praat ik door haar denktijd heen en dan weet ze het helemaal niet meer. Vaak krijg ik dan toch nog antwoord. Of ze is helemaal vergeten wat ik vroeg, dat kan ook nog. Dan vraag ik het nog een keer.
|
|||
|
|
|
||
|
|
|